| Luc Van den Brande: Standpunten en Toespraken | ||
|
|
||
|
Dendermonde, 9 juli 2010
|
||
| Toespraak van Luc Van den Brande bij de uitreiking van de Orde van de Vlaamse Leeuw. | ||
|
|
||
|
Voorzitter, Dames en Heren,
Vooreerst wil ik u danken voor de toekenning van de Orde van de Vlaamse Leeuw, een bijzondere eer. U meet mij een aantal verdiensten toe die overdreven zijn. Bescheidenheid siert de wijze… Als 27° laureaat stel ik vast dat tot op heden slechts twee ervan uit het politieke veld kwamen. Zegt het iets over de moeilijkheid voor politici om consequent te handelen, of zegt het meer over de politieke onmogelijkheid om eenzijdig onze opvattingen te realiseren ?
De Orde heeft drie belangrijke doelstellingen waarin ik mij volledig kan terug vinden. Vooreerst werken aan de sociaal- culturele ontvoogding van de Vlamingen. Dit is en blijft essentieel voor elke staatsvorming. Maar laten we wel wezen, wij zijn niet langer achter gesteld. Waar het nu op aankomt is niet gehinderd te worden door onwerkzame structuren die een verdere ontplooiing in de weg staan en waarbij een gerechtvaardigde, doorzichtige en omkeerbare solidariteit ook verder moet aan gehouden worden.
Vervolgens de integratie van de Nederlanden. Vlaanderen en Nederland, één taal, maar toch twee culturen ? Er blijven goede redenen om hechte samenwerking te verdiepen. De uitdieping van de Schelde en de Hoge Snelheidslijn zijn goede voorbeelden van hecht nabuurschap. Het hernieuwde cultureel verdrag en de politieke samenwerkingsafspraken moeten verder inhoud krijgen.
Ten derde, bijdragen tot de uitstraling van onze taal en cultuur. Niet het aantal dat een taal spreekt bepaalt het belang ervan. Wel het feit dat ze mede de identiteit van een gemeenschap uitmaakt en de manier waarin wij denken en spreken, een cultuur laat gedijen. De Taalunie blijft daartoe een creatief kader. Initiatieven die we namen met BVN – het beste van Vlaanderen en Nederland- geeft de mogelijkheid om wereldwijd daar toe bij te dragen.
Sta me toe, naar aanleiding van deze uitreiking, drie beschouwingen te maken.
Vlaanderen, een open ruimte van kwaliteit
Met ruim zes miljoen inwoners, een aanzienlijk Bruto Vlaams Binnenlands product, een hoge spaarquote, zijn strategische ligging, degelijk uitgebouwd onderwijs, goede sociale voorzieningen, ondernemingsgeest en culturele creativiteit is het draagvlak van Vlaanderen groter dan dat van heel wat onafhankelijk staten. Maar de opties van de 19° eeuw, waarin vele landen onafhankelijk werden, zijn niet langer deze van de 21° eeuw, waarin wij deel geworden zijn van de Europese politieke Unie. De verdere hervorming die we voorstaan naar veel grotere, ook politieke autonomie, is wel hiermee te verzoenen.
En hierbij maken mensen en mentaliteit het verschil. Niet de geografische ruimte is richting gevend, wel de kwaliteit en de openheid die we bieden. Alleen dan is grote autonomie zinvol.
Ik pleit er dan ook sterk voor dat we ons als Vlamingen richten op Europa en de wereld. Een kosmopolitische spirit aankweken, tolerantie hoog stellen, onze meertaligheid activeren, nieuwe vaardigheden ontwikkelen, fairness als waarde cultiveren, wat meer bemoedigen in plaats van mekaar af te breken, overal en altijd de hoogste kwaliteit nastreven. M.a.w. werken aan ons maatschappelijk kapitaal.
Hierbij is een actief en open pluralisme aan de orde. Ik heb last met de gesloten benadering die inhoudt dat we onze mening niet klaar zouden mogen vooruit zetten omdat er, gelukkig maar, andere meningen zijn. Deze benadering verarmt het debat in een samenleving. Integendeel dienen we het debat te voeden en behoren ook religieuze- en mensopvattingen niet tot de privé sfeer of de achterkeuken. Een volwassen pluralisme gaat uit van een klare opvattingen die je confronteert met andere opvattingen, waaruit een beschaafd vergelijk kan ontstaan. Dat geldt ook voor de lopende discussie over de hervormingen die dit land nodig heeft.
De rol van de media is hierin cruciaal. Objectieve informatie is een basisrecht in een democratie. Dit geldt voor alle mediadragers. Maar in het bijzonder voor een publieke omroep die informatie en duiding tot zijn kernopdracht moet blijven rekenen. En daarbij moet uitgaan van neutraliteit en open pluralisme. En evenzeer een culturele opdracht heeft met een gevarieerde programmering in het aanbod en dus een groot bereik. Ook hier is kwaliteit een basisvereiste.
De uitdagingen waarvoor men globaal staat zijn ook deze van Vlaanderen
Europa en de wereld zijn ons binnenland. De open ruimte van kwaliteit die wij voorstaan is deel geworden van de globale wereld omdat wij natuurlijk geen eiland zijn en als open economie aangewezen zijn op de anderen.
Met tenminste vijf uitdagingen worden wij geconfronteerd waarbij onze eigen veerkracht mee bepalend zal zijn om er antwoorden op te geven. Vooreerst zijn er de gevolgen van de financiële en economische crisis waarbij nieuwe mechanismen voor transparantie en verantwoordelijkheid van de financiële sector met bescherming van de consument en budgettaire orthodoxie aan de orde zijn; budgettaire ontsporing treft bovendien de meest zwakken in de samenleving. Te gelijkertijd zal moeten ingezet worden op sterk ondernemerschap die groei in zich draagt en zo jobs schept. Vervolgens moeten we antwoorden geven op de gevolgen van de klimaatverandering. Op een plek met uitermate hoge bevolkingsdichtheid is het terugdringen van verbruik en uitstoot vanzelfsprekend.
De creatie van welvaart, basis voor kwaliteit en zorgzaamheid in een samenleving, zal, ten derde, grotelijks afhangen van de ontwikkeling van de kenniseconomie, innovatie en onderzoek. We hebben en ontginnen geen grondstoffen. De enige grondstof die we hebben, de creativiteit van mensen, moeten we koesteren, ondersteunen, aanwakkeren. Samen met het werk van onze handen, is het de pijler voor de toekomst.
Verder moeten we voorbereid zijn op grote demografische veranderingen. Tegen 2050 zal de wereldbevolking ruim negen miljard bedragen. De Europeanen zullen hiervan slechts 4% uitmaken. De EU zal een instroom van vijftig miljoen mensen nodig hebben van buiten de Unie. Wij ook zullen ons moeten voorbereiden op deze omslag en leren omgaan met een interculturele samenleving.
Tenslotte. Met trots verwijzen wij naar Mercator die onze gewesten centraal projecteerde op de wereldkaarten. De werkelijkheid is nu anders geworden ,we treden versneld in een multipolaire wereld, waar de BRIC–landen ( Brazilië, Rusland, India, China) en Turkije centrale spelers zijn geworden. Niet langer alleen onze buurlanden zullen dus de referentie zijn.
Vlaanderen wenst een grondige hervorming van de staat,want ook in het belang van Wallonië
Tot voor het tot stand komen van de Eurozone was België een monetair- sociaal- economische unie. Door toe te treden tot de Eurozone zijn we een sociaal- economische unie geworden. Reeds jaren geleden heb ik gewezen op de gevolgen hiervan en de opportuniteit om tot verantwoorde grotere autonomie te komen, verzoenbaar met de noodzakelijke stabiliteit waartoe we ons verbonden hebben in Europees verband en die monetair bewaakt en verzekerd wordt door de mechanismen van de Eurozone. Bovendien waarborgen de Europese Verdragen het respect van de interne institutionele opbouw van elk lidstaat.
Er is dus, ook vanuit deze hoek bekeken, verantwoorde ruimte voor grondige hervormingen.
De historisch verklaarbare indeling in Gemeenschappen en Gewesten beantwoordt niet langer aan de werkelijkheid en de transparantie die noodzakelijk zijn voor het goed functioneren van de instellingen. Bovendien is dit model onbegrijpelijk in het buitenland. Daarom pleit ik sedert 1993 voor een hervorming tot doorgedreven federalisme in confederale richting. Het gebruik van termen is voor mij minder belangrijk dan de inhoud waarover het gaat. Overigens is ons zo genaamd federalisme een heel eigen vorm ervan, ver weg van het echte federalisme. Zo zal ook de hervorming in confederale richting een eigen invulling krijgen.
De weg die nu voor ligt is deze van een 2 + 2 model. Twee basisdeelstaten, Vlaanderen en Wallonië, een Brussels hoofdstedelijk gewest en een autonome Duitstalige gemeenschap. De eerste drie artikelen van onze grondwet, die de werkelijkheid van dit land al te zeer verhullen, moeten in die zin gewijzigd worden. Het zwaartepunt en de basis bevoegdheden moeten bij de deelstaten liggen met echte financiële en fiscale verantwoordelijkheid; zij bepalen samen wat aan het co-federale beleidsniveau verder als verantwoordelijkheid wordt toevertrouwd. Het gelijk lopend toekennen van bevoegdheden aan Brussel leidt tot onwezenlijke situaties, wanneer ik denk aan bevoegdheden als landbouw, wetenschapsbeleid, exportbevordering waarvoor geen voldoende draagvlak aanwezig is. Anderzijds heeft Brussel een aantal opdrachten te vervullen als meervoudige, ook Europese hoofdstad. Daarin moet het erkend worden en actief ondersteund door de twee deelstaten. De erkenning van autonome bevoegdheden aan de Duitstaligen getuigt van respect voor een boeiende en creatieve minderheid in dit land.
Deze hervorming kan aangepakt worden lang artikel 35 van de grondwet. Hierbij stelt zich een ernstig probleem. Wij zijn het enige zgn federale land waarbij de deelgebieden geen bevoegdheid hebben om mee het hervormingsproces te bepalen. Daarom is het noodzakelijk dat tijdens de lopende en komende onderhandelingen er rechtstreekse betrokkenheid is van Vlaanderen.
En voor de duidelijkheid, de indeling in taalgebieden is onaantastbaar. Dat betekent dat het bestuur in alle gemeenten ervan, geen enkele uitgezonderd, dient te gebeuren in de taal van het gebied waartoe zij behoren. Naar de inwoners van de faciliteitengemeenten kan een regeling gevonden worden die hiervan vanzelfsprekend uitgaat, maar anderzijds ook zekere oplossingen aanreikt. Staat Vlaanderen niet sterk genoeg om te aanvaarden dat de inwoners van deze faciliteitengemeenten op een aantal domeinen uitdrukking kunnen geven aan hun taal en cultuur ?
Voorzitter, Dames en Heren,
De opbouw van instellingen is ethisch en ideologisch neutraal. Een hervorming van de instellingen is bovendien geen doel op zichzelf. Gesteund op het principe van de subsidiariteit komt het erop aan te bepalen waar de verantwoordelijkheden het best worden opgenomen, ten dienste van de mensen en in hun belang. Grotere autonomie van de deelstaten zal leiden tot meer verantwoordelijk beleid. En daar kunnen noord en zuid allebei hun voordeel bij doen en een nieuwe basis leggen voor vrijwillige samenwerking. |
||
|
|
||
|
terug naar de inhoudspagina
|
||
| luc.vandenbrande@vlaamsparlement.be | ||
| © 2010 Luc Van den Brande | ||