| Luc Van den Brande in de Pers | ||
|
|
||
| Uit 'Knack' van woensdag 7 juli 2010 | ||
|
|
||
|
Luc Van den Brande ‘De mensen vertrouwen ons niet meer’ |
||
|
‘Ze hebben de geloofwaardigheid van onze partij kapotgemaakt.’ Voormalig Vlaams minister-president Luc Van den Brande over de verantwoordelijkheid van het ACW, de noodzaak van confederalisme, en de zoektocht naar een christendemocratische wonderman.
DOOR ANN PEUTEMAN / FOTO’S SIGFRID EGGERS
‘De Franstaligen weten gewoon niet wat voor lieve mensen Bart De Wever en ik zijn’, lacht Luc Van den Brande (CD&V). De laatste jaren is N-VA-voorman De Wever in de ogen van de Franstaligen misschien de baarlijke duivel, maar zo’n vijftien jaar geleden was dat nog toenmalig Vlaams minister-president Van den Brande, die toen al openlijk voor het confederalisme pleitte. Afgelopen week werd hij daar nog eens voor beloond met de Orde van de Vlaamse Leeuw 2010, een onderscheiding ‘als erkenning van een consequente en kordate houding in de sociale en culturele ontvoogding van de Vlaamse gemeenschap’. Wellicht zal het nog heel lang duren voor er nog eens een CD&V’er met die prijs gaat lopen, want de Vlaamse christendemocraten blinken dezer dagen niet meteen uit in communautaire kordaatheid. En dat doet Van den Brande pijn. Veel pijn. Net als het desastreuze verkiezingsresultaat van zijn partij op 13 juni, en de impasse waarin ze sindsdien is beland.
Twee weken geleden stapte Marianne Thyssen op als CD&V-voorzitster. Heeft haar ontslag u verbaasd? Luc Van den Brande: Niemand heeft op Mariannes vertrek aangedrongen. Au contraire. Ik had dan ook verwacht dat ze zeker nog zou aanblijven tot na de regeringsonderhandelingen. De timing van haar ontslag heeft me dus wel verbaasd, ja. Zeker omdat de verkiezingsnederlaag echt niet haar schuld was.
Wiens schuld dan wel? Van den Brande: Dat is niet relevant, en ik wil dan ook niemand met de vinger wijzen.
Ook Yves Leterme niet? Van den Brande: Een ordentelijk politicus maakt voor zichzelf de rekening op. Het probleem zit ook veel dieper dan de aanpak van één man. We bevinden ons in een economische crisis zonder voorgaande, en normaal zou een volkspartij als de CD&V dan heel aantrekkelijk moeten zijn. Als het slecht gaat, hebben mensen meestal de neiging om op traditionele, solide partijen te stemmen. Maar dat is op 13 juni dus niet gebeurd. Weet u waarom? Omdat de kiezers hun vertrouwen in de CD&V hebben verloren. Nochtans is er niets mis met ons partijprogramma of onze ideologie. Onze sociaaleconomische en communautaire standpunten blijven overeind, alleen hebben we die tijdens de campagne niet duidelijk genoeg gecommuniceerd. Daardoor is onze partij niet langer geloofwaardig, en dat is erg. Want een volkspartij moet mensen net vertrouwen inboezemen. Decennialang hebben wij een geloofwaardige reputatie opgebouwd, en die is nu in een paar jaar tijd grotendeels kapotgemaakt.
Hoe komt dat? Van den Brande: Omdat we niet consequent genoeg zijn geweest. De kiezer wou duidelijkheid, en die hebben we hem niet gegeven. Als politieke partij moet je zeggen wat je doet en doen wat je zegt, maar dat is bij de CD&V niet altijd het geval geweest. Zeker niet op communautair vlak.
De CD&V heeft haar Vlaamse flank te weinig afgeschermd? Van den Brande: Onze communautaire boodschap is de laatste jaren een soort flou artistique geworden, hè. Nochtans is ons programma op dat vlak heel helder: een nieuwe staatshervorming is noodzakelijk om een degelijk sociaaleconomisch beleid te kunnen voeren. In 2007 bestond daar geen twijfel over en stapten we met een rechtlijnig communautair verhaal naar de verkiezingen. Maar in de loop van 2008 zeiden sommigen binnen de CD&V plots dat de sociaaleconomische problemen voorrang moesten krijgen op het communautaire debat. Dat was natuurlijk nogal vaag en zelfs inconsequent. Dus begonnen de mensen zich af te vragen of de CD&V nog wel in die staatshervorming geloofde. Meer nog: ze wisten op den duur niet meer waar we voor stonden, en verloren daardoor hun vertrouwen in ons.
Komt die inconsequentie niet voort uit de tweespalt binnen de CD&V tussen het belgicistische ACW enerzijds en de Vlaamsgezinde rechtervleugel anderzijds? Van den Brande: De situatie is minder zwart-wit dan dat. Vergeet niet dat het ACW zich destijds onder meer heeft ingezet voor de regionalisering van het huisvestingsbeleid en voor economische streekontwikkeling. Maar als men dreigt te raken aan het hart van het staatslichaam, de sociale zekerheid, staat de sociale beweging meteen op haar achterste poten. Vandaar ook dat het ACW zo gekant was tegen het kartel met de N-VA.
Probeert het ACW niet al te krampachtig het status-quo te bewaren? Van den Brande: Het ACW en de andere sociale bewegingen moeten dringend onder ogen zien dat er in onze samenleving een nieuwe onderstroom is ontstaan. Veel mensen snakken naar verandering. In plaats van zich daartegen te verzetten, zouden de sociale bewegingen veel beter een constructieve rol spelen in dat onafwendbare communautaire veranderingsproces. Dan zouden ze zich pas echt kunnen inzetten voor het behoud van de solidariteit. Ik ben er zeker van dat ze op die manier veel meer impact zouden hebben dan als ze aan de zijlijn blijven staan en zich tegen elke verandering blijven verzetten. Hun streven naar het status-quo is vandaag ook niet erg representatief meer, hè. Mochten alle leden van de sociale bewegingen tegen nieuwe stappen in de staatshervorming gekant zijn, dan had de N-VA nooit zo’n hoge score kunnen behalen.
Gelooft u dat het ACW klaar is om een nieuwe staatshervorming te steunen? Van den Brande: Het moet zich daar klaar voor maken. En wel meteen. Daarvoor hoeft het echt zijn principes niet op te geven. Want zodra de staat hervormd is, zal er ruimte zijn voor intensievere samenwerking en meer solidariteit tussen de deelgebieden.
U pleitte zeventien jaar geleden al voor confederalisme. Maar daar werd u toen door de koning voor op het matje geroepen. Van den Brande: Dat was na een interview in La Libre Belgique in 1993, ja. Haast iedereen voelde toen aan dat het Sint-Michielsakkoord, waardoor er een federale constructie werd opgezet, geen eindpunt was. Maar de koning dacht daar anders over, want ze hadden hem het Sint-Michielsakkoord wellicht doen slikken door te suggereren dat de kous daarmee af was. Toen ik het dus plots over confederalisme had, moet de koning wel even zijn geschrokken. Want dat betekende dat wij ervan uitgingen dat er nog stappen in de staatshervorming zouden worden gezet. Voor mij was het toen al duidelijk dat we in de richting van een confederale staat moesten evolueren, waarbij het zwaartepunt bij de deelstaten zou worden gelegd.
Destijds zag bijlange niet iedereen dat zitten, maar vandaag scharen haast alle Vlaamse partijen zich achter het confederalisme. Wat heeft hen het licht doen zien? Van den Brande: Wat in 1993 voor sommigen, zowel binnen als buiten mijn partij, nog shocking was, is ondertussen inderdaad algemeen aanvaard. Gaandeweg heeft iedereen moeten vaststellen dat er in dit land twee werkelijkheden zijn – al zou ik niet zover willen gaan om het zoals Bart De Wever over ‘twee democratieën’ te hebben. Een belangrijke ommekeer is er gekomen toen een heleboel bevoegdheden naar de regio’s werden overgeheveld, het Vlaams Parlement rechtstreeks werd verkozen en er een volwaardige Vlaamse regering aantrad. Toen bleek dat sommige dossiers die op federaal niveau geblokkeerd zaten wel konden worden opgelost door de deelgebieden. De Scheldeverdieping, bijvoorbeeld. Dat dossier zat al sinds 1972 muurvast, maar toen Vlaanderen bevoegd werd voor herverkaveling kwam er al snel beweging in de zaak.
Welke rol moet Brussel volgens u krijgen in een confederale staat? Van den Brande: In de Vlaamse resoluties van 1999 hebben we al aangegeven dat er een herfinanciering van Brussel moet komen. Daar staat wel tegenover dat de Brusselse structuren afgeslankt moeten worden en dat we de bevoegdheden van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest moeten herbekijken. Sommige van die bevoegdheden, zoals wetenschapsbeleid, landbouw en buitenlandse handel, slaan echt nergens op. Aan de andere kant heeft Brussel als Europese hoofdstad dan weer functies die de andere gewesten niet hebben.
Eigenlijk moeten de eerste drie artikelen van de grondwet worden aangepast. Daarin staat nu dat België een federale staat is die uit gemeenschappen en gewesten bestaat. Dat zou moeten worden: België bestaat uit twee deelstaten, de Duitstalige Gemeenschap en een stadsgewest. Dat is gewoon de realiteit en doet Brussel niets tekort.
Zijn de geesten daar aan beide kanten van de taalgrens rijp voor? Van den Brande: Als we nog vooruit willen met deze staat, moeten we de zaken en face bekijken. Als we één ding hebben geleerd uit de paarse periode, dan is het wel dat het nergens toe leidt om delicate kwesties onder de mat te vegen. Natuurlijk moeten we uiteindelijk een compromis sluiten met de Franstaligen. Maar eerst moeten we onze eigen standpunten naar voren schuiven, de Franstaligen naar hun programma vragen en dan pas onderzoeken hoe we samen tot een akkoord kunnen komen. Sommige dingen kan een meerderheid niet zomaar aan de minderheid opleggen, maar aan de andere kant kan de minderheid de aspiraties van de meerderheid ook niet blijven negeren.
Wat moet er in het volgende communautaire akkoord geregeld worden? Van den Brande: Ons huis moet in elk geval grondig worden herschikt. De deelgebieden moeten eindelijk eens vastleggen welke bevoegdheden ze nog samen willen uitoefenen op het federale niveau. Maar ik blijf realistisch, hoor. Ik weet ook wel dat het onmogelijk is om nog tijdens de regeringsonderhandelingen een volledige catalogus van bevoegdheden samen te stellen. Dat zou natuurlijk magnifique zijn, maar zoiets krijgen we nooit in een paar maanden rond. Dat betekent echter niet dat we dan maar aan een regering moeten beginnen zonder ook maar één garantie op communautair vlak, zoals de paarse club twee keer heeft gepresteerd. Het lijkt me haalbaar dat de onderhandelaars de komende weken in grote lijnen aangeven welk bestuursniveau bevoegd wordt voor de verschillende basisdomeinen. Die afspraken moeten dan de basis worden van het beleid van de volgende regering.
Denkt u dat de Franstaligen ondertussen de noodzaak van een staatshervorming hebben ingezien, of doen ze maar alsof? Van den Brande: Ik hoop in elk geval dat ze het menen. Niet alleen in het belang van Vlaanderen, maar ook in hun eigen belang. Dat de Vlamingen de voorbije jaren constant op een non botsten, komt doordat we na de verkiezingen van 2007 helemaal verkeerd van start zijn gegaan. Als je grote communautaire verkiezingsbeloftes doet, moet je de Franstaligen ook na de verkiezingen het gevoel geven dat het menens is. En dat hebben we niet gedaan. zodra de onderhandelingen begonnen, hebben we aangegeven dat er best een grote marge was om tot een compromis te komen. Ik hoop dat men die fout nu niet weer zal maken.
Als de onderhandelingen over Brussel-Halle-Vilvoorde een indicatie zijn, hebben de Franstaligen nog een lange weg af te leggen. Gelooft u dat Jean-Luc Dehaene inderdaad dicht bij een akkoord stond? Van den Brande: (zucht) Ik denk het eigenlijk niet. Jean-Luc heeft een nogal typische manier van werken: in het begin legt hij heel veel op tafel, maar gaandeweg wordt duidelijk dat sommige toegevingen voor hem niet kunnen. Hij begint dus met lokaas uit te zetten. Daardoor dachten sommige Franstaligen waarschijnlijk dat ze dicht bij een akkoord stonden. Maar zolang MR-voorzitter Didier Reynders het discours van Olivier Maingain (FDF) als referentiepunt bleef gebruiken, zou er nooit een compromis uit de bus zijn gekomen.
Sommige dingen zijn nu eenmaal onaanvaardbaar voor Vlamingen. Zo is de taalgrens vastgelegd en is het uitgesloten dat daar nog iets aan wordt gewijzigd. Daarnaast is de bestuurstaal vanzelfsprekend de taal van het gebied waarin een gemeente ligt. In alle Vlaamse gemeenten moeten de gemeente-raden dus in het Nederlands plaatsvinden. Dat is evident. Iets anders is hoe je in de faciliteiten-gemeenten met anderstaligen omgaat. Wat mij betreft, kan er over de rechten van die mensen wel worden gepraat.
Uw partij is nu veroordeeld om in de regering te zitten. Eric Van Rompuy zei vorige week in Knack dat de CD&V het risico niet kan lopen om oppositie te moeten voeren tegen een regering die misschien wel een staatshervorming kan realiseren. Van den Brande: Mocht onze partij aan herbronning toe zijn, dan zouden we kunnen overwegen om in de oppositie te gaan zitten. Maar dat is niet het geval, want met ons programma is er niets mis. Er is dus geen enkele reden voor een oppositiekuur.
De kiezer heeft uw partij op 13 juni nochtans afgestraft. Van den Brande: omdat we niet duidelijk en rechtlijnig zijn geweest! Dáárom. Maar nu moeten we onze verantwoordelijkheid opnemen en meewerken aan de hervorming van de staat die we zelf hebben gepredikt. In die context kunnen we inderdaad niet anders dan in de meerderheid stappen. Mijn partij zou nu in zak en as kunnen zitten omdat ze slechte verkiezingsresultaten heeft behaald en niet langer de centrale speler is. Maar het levert veel meer op als de CD&V haar schouders onder een krachtig en consequent Vlaams programma zet. Dat is onze plicht. Vergeet niet dat alle grote staatshervormingen in het verleden zijn gerealiseerd met de christendemocraten in de meerderheid.
En met de socialisten. Van den Brande: Dat klopt. Daarom moeten we allemaal onze verantwoordelijkheid opnemen en niet vanuit een soort defaitisme in de oppositie gaan zitten.
Na de regeringsonderhandelingen moet uw partij op zoek gaan naar een nieuwe voorzitter. Wie moet het worden? Van den Brande: Ik heb op dit moment nog niemand op het oog. We weten ook nog niet wie zich kandidaat zal stellen, hè.
Omdat nogal wat potentiële kandidaten eerst willen afwachten of ze geen regeringspostje krijgen. Van den Brande: dat is natuurlijk verkeerd. Heel erg verkeerd. Veel politici vergeten dat het mooiste mandaat dat van parlementslid is, want het parlement is een pijler van de democratie. Ministers, partijvoorzitters, secretarissen-generaal en dergelijke bestaan ook in dictatoriale regimes, maar rechtstreeks verkozen volksvertegenwoordigers zijn typisch voor democratieën. Daar staan sommige politici veel te weinig bij stil.
Welk profiel moet de volgende CD&V-voorzitter hebben? Van den Brande: Het moet iemand zijn die in het hart van de christendemocratie zit en dingen en mensen in beweging kan zetten. Daarnaast moet hij of zij – en dat is geen kritiek op Marianne Thyssen of haar voorgangers – het belang van de Vlamingen centraal stellen en tezelfdertijd bereid zijn om met de anderen samen te werken. Kortom: we hebben nog een paar maanden tijd om een wonderman of wondervrouw uit onze hoed te toveren. (lacht) |
||
|
|
||
|
terug naar de inhoudspagina
|
||
| luc.vandenbrande@vlaamsparlement.be | ||
| © 2010 Roularta Media Group | ||